Een dochter neemt tegen betaling vanuit het persoonsgebonden budget de persoonlijke verzorging van haar hoogbejaarde moeder op zich. Ze sluiten een Zorgovereenkomst met een partner of familielid, volgens het model van de SVB. Moeder sluit ook met derden zorgovereenkomsten. De dochter werkt uiteindelijk vijf dagen en 40 uur per week op vaste tijden. Na overlijden van moeder vraagt de dochter een WW-uitkering aan. Die wordt geweigerd.

De SVB heeft voor moeder de loonadministratie verzorgd. De SVB heeft daarbij op de beloning van de dochter geen premies werknemersverzekeringen ingehouden.

De vraag is of de dochter voor de PGB-werkzaamheden in een privaatrechtelijke dienstbetrekking tot haar moeder stond. Het verschil van mening tussen de dochter en de Belastingdienst gaat over de daartoe vereiste gezagsverhouding.

Gezagsverhouding in familierelatie
Een familierelatie betekent volgens de rechter niet dat er geen sprake is van een gezagsverhouding. Het gaat erom of degene die arbeid verricht aan een zeker gezag is onderworpen van de wederpartij en dat laatstgenoemde bevoegd is om opdrachten en instructies te geven en om controle uit te oefenen op de voortgang en de resultaten van de werkzaamheden.

Toetsing
De dochter had aanvankelijk een contract voor variabele uren. Maar haar moeder wilde op vaste tijden geholpen worden. Dat is vervolgens enkele malen in gewijzigde zorgovereenkomsten vastgelegd. Volgens de rechter zijn deze wijzigingen het gevolg van de instructies en de aanwijzingen van moeder, wat duidt op een gezagsverhouding tussen haar en de dochter. De rechter is van  mening dat moeder en dochter de intentie hadden om een privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst met elkaar aan te gaan.

In de praktische uitvoering van die overeenkomst was er kwaliteitscontrole door de professionele hulpverlener van moeder en werd de dochter zo nodig aangesproken op haar functioneren. Als moeder deze zorgovereenkomsten niet met haar dochter maar met een derde zou afsluiten, zou sprake zijn van een privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst.

Daarom oordeelt de rechter dat inderdaad sprake is van een privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst tussen moeder en dochter.

Conclusie
De dochter kan aanspraak maken op een WW-uitkering.

Tip: Omdat het element gezagsverhouding vaak onvoldoende aannemelijk gemaakt kan worden, wordt in een familierelatie een arbeidsovereenkomst niet snel aangenomen. Maar het kan wel. Laat u goed adviseren over wat nodig is om het element gezagsverhouding daadwerkelijk inhoud te geven.